Onzekerheid
Met een greintje onzekerheid liep hij het gebouw binnen. De brede trap voor hem had hij al tientallen keren beklommen: steeds twee korte treden, en dan een lange trede. Zijn benen gingen altijd zeuren als hij telkens met dezelfde voet op een korte trede begon, dus hij zette maar op xe9xe9n van de korte treden een stap. Dan bleef hij in balans, en dat had hij graag.
Exe9nmaal rechts, en een eindje verder nog eens. Daar was de stilteruimte. Hij ging beneden zitten, voor het raam, maar in het hoekje. Hij pakte zijn laptop uit zijn tas, legde deze op tafel en sloot hem aan de stroom aan. Terwijl de internetverbinding op zich liet wachten, doezelde hij wat weg.
Hij liep het lokaal binnen. Er zaten twee mensen. "Wat doe je hier?" Vroeg de ene meteen toen hij binnenkwam.
"Ik eh…"
"Nou? Waarom ben je hier?" Vroeg de ander.
"Ik.. doe mijn bachelorproject met robotjes en daarvoor wilde ik even proberen.."
"En dat moeten wij geloven? Je bent gewoon een random-guy-who-wants-to-play-with-robots-that-are-not-his-own. Ik bedoel, als je aan een bachelorproject doet, dan hadden we je hier zeker vaker gezien."
"En al helemaal," vulde de ander hem aan, "als je met robotjes wilt gaan werken. Je bent nu wel erg laat. En trouwens, we hebben je nooit gezien bij het college voor het vak. Je zult wel niet eens weten wat voor opdrachten je moet doen."
"Ik kan het laten zien!" Protesteerde hij. "Ik kan inloggen op de site waar staat dat ik ingeschreven sta…"
"En dan ook nog inloggegevens van mensen jatten zeker. Nee, zorg maar dat je het bewijst."
Even later kwam hij binnen met de docente van het vak. "Jongens," zei ze, "deze kerel hier mag best even werken."
"Maar hij leidt ons af," zei de tweede, die iets breder was en precies voor hen ging staan. Hij leek niet van plan om weg te gaan. "En dat niet alleen, hij zal ons natuurlijk ook gaan vragen hoe die dingen werken, hij zal ons kopjes koffie aanbieden om bij ons te slijmen en …"
"Ik zal de systeembeheerder wel vragen om jxfallie hier weg te halen," antwoordde de docente.
De volgende dag was hij er weer. De twee jongens waren er nog steeds. "Jouw schuld," zeiden ze. Hij wist meteen waar het over ging. De systeembeheerder had hen zitten pesten. "Maar ga alsjeblieft zitten want dan kunnen wij ook werken. Maar wee je gebeente als je ons weer afleidt."
De hele dag door merkte hij hoe de jongens achter zijn rug om over hem praatten, en over hoe onhandig hij wel bezig was. Op een gegeven moment vroegen ze hem nog iets over hun eigen onderzoek, maar hij had geen idee waar ze het over hadden en nee, hij wilde niet meedoen. Maar dat hoefde ook helemaal niet. Hij had een uur of vijf nodig om uit te zoeken hoe de draadloze verbinding met de robot werkte. Toen was het vijf uur, en de dag was over. Maar hij wist het nu in ieder geval.
De volgende dag was hij er weer. Hij was er eerder dan de jongens. Het opzetten van de draadloze verbinding kostte hem een uurtje. Toen hem dat gelukt was, kwam er opeens een grote groep mensen binnen. Een man, die wat op een docent leek, informeerde hem. "Er wordt hier een nieuw vak gegeven. Daarvoor hebben deze mensen de robots nodig. Kan je ergens anders gaan werken?"
Hij schrok op. Onbewust zag hij dat hij zijn mail had opgestart en dat er drie nieuwe reacties op zijn facebookberichten waren. Hij zat nog twee uur in de stilteruimte. Daarna liep hij naar het lokaal met de robots. Er zaten 7 mensen. Meer dan er ooit gezeten hadden in die paar keer dat hij voor het lokaal langs was gelopen. Hij startte een computer op, liep naar de kast met de robots en bekeek even de inhoud. Een robot en een batterijlader voor een robot die hij altijd aangesloten moest houden, wist hij nog. Nu moest hij nog een draadloze verbinding instellen. Hoe werkte dat ooit? Hij had geen idee. Hij zette de robot weer terug in de kast en zonder ook maar iemand aan te kijken sloot hij de computer weer af en liep het lokaal uit, weer terug naar de stilteruimte. Achter een computer. Hij moest maar weer eens een blogje typen.
"Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen…" ~ 1 Petrus 3:14b
